Skip to main content
home-page
Deel op facebook
Deel op twitter
home-page
Deel op facebook
Deel op twitter
Ga terug naar het overzicht van nieuwsitems

"Het woonzorgcentrum, een schakel in een divers geheel "

Een demografische tijdbom. Een tsunami van vergrijzing. Het zijn metaforen die steeds vaker gebruikt worden als het over de ouderenzorg gaat. Volgens Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, is dat terecht. Volgens haar kijken burgers en politici weg van wat er ons te wachten staat. En dat is de foute houding. Want de uitdagingen zijn immens. We hebben dringend nood aan een plan. En we moeten bekijken welke rol woonzorgcentra daar nog in spelen.   

De zorgvraag zal toenemen

Mondiaal is er een enorme vergrijzingsgolf van de bevolking op komst. Japan werd het eerste “oudste grote land” ter wereld. In 2013 was daar al een kwart van de bevolking ouder dan 65 jaar. West-Europa en Noord-Amerika volgen in ijltempo. Daarna is het de beurt aan Oost-Europa en China. De demografische veranderingen zullen economisch en sociaal een gigantische impact hebben. Buitengewoon veel gepensioneerden zullen afhankelijk zijn van een alsmaar slinkend aantal mensen op arbeidsleeftijd om hen te onderhouden en te ondersteunen.  

 

De demografische veranderingen
zullen economisch en sociaal
een gigantische impact hebben.

 

Waar staat Vlaanderen in dit verhaal? Ook in onze regio tikt de demografische tijdbom genadeloos voort. Tussen nu en 2040 komen er een klein half miljoen 65-plussers bij. Vooral de enorme toename van het aantal mensen ouder dan 85 jaar zal ons voor grote uitdagingen stellen. Vanaf die leeftijd stijgt immers het risico op de nood aan zorg en ondersteuning heel sterk. Nu zijn er zo’n 220.000 85-plussers. Over ruim 15 jaar zijn dat er bijna 350.000, nog eens tien jaar later telt Vlaanderen op een totale bevolking van ruim 7,5 miljoen ongeveer een half miljoen 85-plussers.  

Veel mensen op hogere leeftijd die erbij komen, betekent dat de vraag naar zorg en ondersteuning exponentieel zal stijgen. Veruit de meeste zorg hebben we nodig tijdens onze laatste levensjaren. Zelfs wanneer iemand gezond blijft tot op hoge leeftijd, volgt er vaak nog een heel moeilijke laatste levensfase met complexe zorg. De zorgvraag zal toenemen in alle segmenten en echelons van de zorg: informele zorg, eerste lijn, thuiszorg, ziekenhuiszorg, residentiële ouderenzorg… 

 

De zorgvraag zal toenemen
in alle segmenten en echelons van de zorg.

 

Tegelijk blijft in dezelfde periode het aantal mensen “op arbeidsleeftijd” dalen. De schaarste in alle segmenten van de arbeidsmarkt zal nog verder groeien. Een steeds kleinere groep zal met andere woorden het zorgsysteem moeten schragen én betalen. De ratio van het aantal potentieel arbeidsactieven (leeftijd 18-66) ten opzichte van de 65-plussers bedraagt in 2023 in Vlaanderen 3,31. In 2040 zakt dat naar 2,46 en in 2070 naar 2,16. 

Sense of urgency 

Net als bij het razendsnel veranderende klimaat – het laatste gezaghebbend klimaatrapport spreekt over een opwarming van 3 graden! - weten we wat er op ons afkomt. Daarover zijn we het eens. Maar we kijken vooral weg, en gaan niet over tot die ingrijpende veranderingen die nodig zijn om het tij te doen keren. Net zo met die vergrijzing. Demografen rekenden het ons al decennia geleden voor. We weten wat ons staat te gebeuren. En toch lijkt elke sense of urgency te ontbreken om er debat over te voeren of er proactief mee bezig te zijn. Laat staan dat Vlaanderen of België een plan klaar hebben voor de komende jaren.  

 

We kijken vooral weg,
en gaan niet over tot die
ingrijpende veranderingen die nodig zijn
om het tij te doen keren

 

Trekken we ons zorgsysteem in zijn huidige vorm door, dan stevenen we onvermijdelijk af op een zorginfarct. Als we ons als samenleving hierop niet voorbereiden, dan moeten we er ernstig rekening mee houden dat onze zorg op een bepaald moment zal imploderen, met wachtlijsten en een diepe kloof tussen de groepen die zich nog dure privézorg kunnen inkopen en zij die nergens nog terechtkunnen. Ook economisch kan de prijs hoog oplopen. De druk op de mantelzorg kan ertoe leiden dat meer en meer mensen geheel of gedeeltelijk uit de arbeidsmarkt moeten stappen om zorg op te nemen voor hun naasten.  

De voorbereiding op een samenleving met veel meer ouderen is omvattend en bij uitstek lange-termijnbeleid, over legislaturen heen. We moeten in ieder geval collectief afscheid nemen van het idee dat er hiervoor eenvoudige “oplossingen” bestaan of een plan dat de overheid en de zorgsector zullen opstellen en vervolgens uitvoeren. Alles begint bij bewustzijn. Het idee dat we ons moeten voorbereiden, moet overal doordringen: bij beleid, zorgverstrekkers én de bevolking.  

 

Wie goed kijkt, ziet dat de eerste tekenen
op het terrein al zichtbaar zijn.
Vooral dat de meest kwetsbaren
geen toegang meer hebben tot zorg.

 

Dat we naar andere tijden gaan, is geen fijne boodschap om te brengen en om te horen. En dus hebben politici en burgers de neiging om de signalen te negeren zolang de problemen zich nog niet in alle hevigheid stellen. Maar een gezonde dosis realiteitszin is op zijn plaats. We weten dat er veel minder professionele zorg beschikbaar zal zijn, dat we die zorg anders zullen moeten organiseren, dat we de zorgverleners op een andere manier zullen moeten inzetten. Het zijn veel veranderingsprocessen die we gelijktijdig en nu op gang moeten trekken. Wie goed kijkt, ziet dat de eerste tekenen op het terrein al zichtbaar zijn. Vooral dat de meest kwetsbaren geen toegang meer hebben tot zorg, of dat zorg voor hen onbetaalbaar wordt. Het gaat om het vrijwaren van de fundamenten van onze welvaartsstaat en onderlinge solidariteit.  

 

Draaien aan de ene knop
heeft impact op het geheel.
Dus moet je breder durven kijken
dan één beleidsdomein en één bevoegdheidsniveau.  

 

De voorbereiding op een ouder wordende samenleving is een verantwoordelijkheid van een hele reeks beleidsdomeinen, niet alleen zorg en welzijn. Het gaat evengoed over de inrichting van onze leefomgeving, de bouw van onze huizen en appartementen, onze arbeidsorganisatie, onderwijs, mobiliteit, de sociale zekerheid. Elke beleidsmaatregel in de ene sector heeft een invloed op andere (deel)sectoren. Ook binnen de zorg werken de deelsectoren als communicerende vaten. Zijn er wachtlijsten voor de woonzorgcentra? Dan stijgen de opnames op geriatrie in de ziekenhuizen. Stuur je mensen na een ziekenhuisopname vroeger naar huis? Dan krijgt de thuisverpleging meer aanmeldingen. Draaien aan de ene knop heeft met andere woorden impact op het geheel. Dus moet je breder durven kijken dan één beleidsdomein en één bevoegdheidsniveau.  

Houdbare ouderenzorg 

Hoe zien we de zorg voor ouderen evolueren? Waarop moeten we inzetten? Wat willen de ouderen zelf en zijn die wensen en verwachtingen realistisch? Wie aan ouderenzorg denkt, ziet meteen ook het woonzorgcentrum op zijn radar verschijnen. De overgrote meerderheid van de gepensioneerden drukt daarbij ook meteen zijn afkeer uit. “Een plaats waar ik nooit van mijn leven naartoe wil”, klinkt het dan ferm. Kunnen we ze ook afschaffen zoals sommigen suggereren? Hoe zien we hun rol in de toekomst? Over hun plaats en opdracht in het geheel moeten we grondig reflecteren en nadenken op de lange termijn. 

Woonzorgcentra maakten in de afgelopen decennia een hele evolutie door. Door de systematische uitbouw van thuiszorg doen de meeste ouderen de overstap naar een woonzorgcentrum pas op het moment dat hun zorgnoden zo omvattend of complex zijn geworden dat thuis- of mantelzorg die niet meer kan opvangen. Meer dan vier op de vijf huidige bewoners heeft een zwaar zorgprofiel, de gemiddelde leeftijd is eind de tachtig. De tijd dat iemand in een woonzorgcentrum verblijft wordt ook almaar korter, gemiddeld ergens tussen anderhalf en twee jaar. Er zijn in Vlaanderen nu 83.000 woongelegenheden in ongeveer 800 woonzorgcentra. Per honderd 65-plussers wonen er gemiddeld 6,1 personen in een woonzorgcentrum. 

 

Ondanks de soms scherpe kritiek,
denk ik dat er voor ouderen altijd een vorm
van residentiële langdurige zorg zal nodig zijn.
Toch voor die allerlaatste levensfase.

 

Ondanks de soms scherpe kritiek, denk ik dat er voor ouderen altijd een vorm van residentiële langdurige zorg zal nodig zijn. Toch voor die allerlaatste levensfase. We zullen evolueren naar veel meer diversiteit in het zorgaanbod en vormen van wonen. De woonzorgcentra vormen één schakel in een hele zorgketen. En die keten vormt ook een weerspiegeling van de diversiteit in de groep ouderen. Er heerst nog altijd een soort eenheidsdenken over dé 65-plusser. Maar tussen de fitte nog joggende 69-jarige en de 95-jarige met Alzheimer is er een wereld van verschil. Daartussen zijn alle mogelijke vormen van zelfredzaamheid en hulpbehoevendheid denkbaar. Het wordt tijd dat we de zorg ook op die diversiteit maximaal afstemmen. Laat ons niet vergeten dat niet weinigen vandaag het voorrecht hebben om een pensioenperiode te hebben van meer dan dertig jaar. 

Zorgnet-Icuro pleit voor een relatief bescheiden toename van het aantal plaatsen in woonzorgcentra de komende jaren, zo’n 7000 extra in totaal. Tegelijk moeten we ervoor zorgen dat de ouderen met de hoogste zorgnoden niet in de kou blijven staan en dat aan hen voorrang gegeven wordt bij opname. Met de snelle toename van het totaal aantal ouderen zal die prioriteit betekenen dat bewoners met een “lichter” zorgprofiel – momenteel ongeveer 15% – in de toekomst niet meer in een woonzorgcentrum zullen kunnen verblijven. Voor hen moeten er andere, op hun maat aangepaste, woonzorgvormen worden ontwikkeld of uitgebreid

Voor het verlenen van complexe zorg is een aangepaste personeelsnorm nodig. Ik trap een open deur in ik stel dat de huidige personeelsnorm van 0,6 VTE per bewoner nu absoluut onvoldoende is. Zorgnet-Icuro vraagt al jaren dat die wordt opgetrokken naar 0,9 VTE per bewoner. Wanneer de woonzorgcentra evolueren naar verpleeghuizen zoals we die in Nederland kennen, is die 0,9 echt noodzakelijk om kwaliteitsvolle zorg te kunnen geven. Er zal dan ook meer medische en paramedische ondersteuning nodig zijn, én een structurele samenwerking met de thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en de ziekenhuizen. En, dit alles binnen een herkenbare huiselijke leefomgeving. Voor de invulling van de profielen van de extra medewerkers zullen we nood hebben aan flexibilisering, zodat mensen ook via een korte opleiding op de werkvloer in een woonzorgcentrum aan de slag kunnen. We moeten afstappen van het puur diplomagericht denken en redeneren vanuit het principe “bekwaam is bevoegd”. 

 

7000 extra woongelegenheden in woonzorgcentra is één ding,
de uitbreiding van allerlei andere vormen
van ondersteuning en andere woonvormen een ander.

 

7000 extra woongelegenheden in woonzorgcentra is één ding, de uitbreiding van allerlei andere vormen van ondersteuning en andere woonvormen een ander. Dat tweede luik is evenzeer noodzakelijk en belangrijk om mensen langer thuis te kunnen laten wonen en vooral te voorkomen dat men té vroegtijdig beroep zou (moeten) doen op een residentiële woonzorgvorm. We denken dan aan dagverzorging, oriënterend kortverblijf, herstelverblijf, assistentiewoningen, lokale dienstencentra, gezinszorg, thuisverpleging, ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligers, buurtzorg. We moeten de komende jaren hierin fors investeren, naast thuisondersteunende technologie, preventie en een regelluwe omgeving waardoor ook alternatieve vormen van huisvesting kansen krijgen. In woonzorgcentra is veel expertise aanwezig. Het woonzorgcentrum kan zo uitgroeien tot een centrum in een lokale gemeenschap waarmee ook veel andere vormen van zorg en ondersteuning verbonden zijn. 

Versterken van gemeenschappen en buurten 

Zorgnet-Icuro blijft resoluut kiezen voor een samenleving waar iedereen telt: jong en oud, gezond en ziek of gehandicapt, arm en rijk. Een samenleving waar in de eerste plaats relaties, gezinnen, familie, straten, buurten en verenigingsleven centraal staan. Die vormen de basis van het samenleven en het zorgen voor elkaar. Een robuuste sociale solidariteit moet het systeem schragen zodat iedereen toegang heeft tot betaalbare, kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning. 

 

We moeten het maatschappelijk
en politiek debat
over de toekomst van de (ouderen)zorg
actief voeren en aanjagen.

 

De cijfers en prognoses tonen hoe zwaar de systeemdruk in de komende decennia zal worden. We denken dat het onze maatschappelijke plicht is om niet langer ongestoord voort te doen zoals we bezig zijn. We moeten het maatschappelijk en politiek debat over de toekomst van de (ouderen)zorg actief voeren en aanjagen. Zorgnet-Icuro wil daar actief aan participeren. We nodigen alle stakeholders, overheid, zorgaanbieders, gebruikers uit alle sectoren uit om verder vooruit te kijken dan de waan van de dag, dan volgende week of volgend jaar, en te kijken hoe we wonen, welzijn en de zorg voor ouderen zullen vormgeven. 

 

Deel op facebook
Deel op twitter